Luchtpost

luchtpost-communicatie
Welk communicatiemiddel zet jij in?

Normale mensen”. U weet wel, het soort dat wij autisten / mensen met autisme (zie deze blogpost voor mijn kijk op de hebben-zijn-discussie) doorgaans aanduiden met neurotypicals, verwerken informatie anders dan wij. Verwacht niet dat zij je zorgvuldig geformuleerde boodschap zonder meer begrijpen. Deel 1 uit een serie praktijkervaringen die het verschil in denken tussen de neurotypische en autistische mens illustreren.

De huur betalen

Ik heb een maand of vier gewerkt als servicemonteur bij een bedrijf dat aftermarketdienstverlening biedt voor consumentenelectronica. Niet bepaald mijn droombaan, maar ik kon er de huur van betalen. In deze functie bezocht ik de klant thuis of op het werk om allerlei problemen met smartphones op te lossen. Als het probleem niet ter plekke op te lossen was, nam ik het toestel mee voor reparatie in de fabriek. Deze ingenomen toestellen kon ik niet zomaar bij de fabriek afgeven. Ik moest ze eerst individueel verpakken en daarna in een krat leggen. Vervolgens moest ik de krat verzegelen en inleveren. Alle monteurs moesten de kratten in een rek zetten en dit rek stond op een toegankelijke plaats. Tot een kwade dag dat het rek ineens achter een afgesloten hek stond.

Geen toegang

Het inleveren van de kratten gebeurde altijd aan het begin van de ochtenddienst. Feitelijk kon je niet aan je klantbezoeken beginnen voordat de krat met ingenomen telefoons was ingeleverd. Na het tellen van de voorraad en het gereedmaken van de bestelauto, liep ik met mijn krat richting de fabriekshal. Eenmaal aangekomen bij de juiste afdeling stond het rek niet langer op zijn vaste plaats. Ik zei tegen de jongeman die aan de andere kant van het afgesloten hek zijn werkplaats had, dat ik mijn krat kwam inleveren. Voor het gemak noem ik hem even Pietje. Pietje keek me glazig aan maar reageerde niet. Ik vroeg hem vriendelijk of hij de krat van mij wilde aanpakken. Geen reactie. Ik vroeg of hij het rek aan de andere kant van het hek wilde zetten zodat ik de krat er zelf in kon doen. Doodse stilte. Ik attendeerde hem op het feit dat ik verplicht was de krat hoe dan ook in te leveren en dat hij dat nu belette.

Buiten het hek denken

Het behoeft geen uitleg dat ik inmiddels behoorlijk geïrriteerd was. Toen Pietje zonder te praten duidelijk maakte dat hij niet van plan was enige medewerking te verlenen, heb ik hem gevraagd of ik de krat dan maar over het hek moest gooien. Eindelijk kwam er geluid uit zijn mond! Hij zei: “Ja, doe maar.” Ik liet deze kans om op creatieve wijze aan mijn verplichting te voldoen niet onbenut en aarzelde geen moment. Ik gaf de krat een flinke zwieper en met een prachtige boog zoefde deze naar de andere kant, alwaar hij met een doffe knal op de vloer belandde. Zo. Ik had mij van mijn taak gekweten, hoefde niet langer tijd te verspillen aan een vruchteloze conversatie met een onwillige Pietje en kon verder met mijn werkdag.

Tieten!

Het nieuwtje over de luchtpost verspreidde zich snel. Een collega, laten we hem Jantje noemen, merkte op dat die jongen heus wel had willen meewerken. Het enige wat ik daarvoor had moeten doen,volgens deze zelfbenoemde communicatiedeskundige, was mijn “tieten laten zien.” Ik was één van de weinige vrouwen binnen het bedrijf en zelfs de enige vrouw onder de monteurs. Borsten waren dus schaars. Toch voelde ik er niets voor om mijn unique selling points in te zetten voor interne communicatiedoeleinden.

Het matje

Het duurde niet lang voor ik op het matje werd geroepen door de human resource manager (hippe en exotische term voor personeelschef). Hij liet me weten dat diverse heren binnen het management vonden dat ik ontslag verdiende. Toch kreeg ik dat niet. Ik kreeg wel de vraag waarom ik het gedaan had en de waarschuwing dat dit nooit meer mocht gebeuren. Ik heb het gebrek aan communicatie van Pietje en diens verhindering van mijn werkzaamheden benadrukt. Uiteraard heb ik ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om te benadrukken dat ik niet gediend ben van opmerken zoals die van Jantje. Het luchtpostincident liep met een sisser af en ik dacht dat het laatste woord erover gezegd was.

The day after

De volgende dag werd ik buiten aangesproken door de directe leidinggevende van Pietje. Meneer stond al driftig lurkend aan zijn sigaret zijn ongenoegen te uiten over mijn creatieve taakvervulling van de dag ervoor. Hij begreep niet waarom ik me tot een dergelijk niveau had verlaagd. Ik legde geduldig uit dat ik juist hoopte de communicatie te vergemakkelijken door te levelen met Pietje. En toen kwam het: ik had eerder moeten aangeven dat ik mij gepest voelde. Pardon? Ik heb mij nooit gepest gevoeld en ook nooit gezegd dat ik mij gepest voelde. Ik heb aangegeven niet gediend te zijn van opmerkingen als: “Je moet je tieten laten zien”. Niets meer en niets minder. Zo heb ik het gezegd en zo heb ik het bedoeld. Het neurotypische brein bleek niet in staat te verstaan wat ik gezegd heb, maar slechts een voor het autistische brein onbegrijpelijke interpretatie te onthouden.

Heb jij ook iets meegemaakt dat het verschil in denken tussen het autistische en neurotypische brein illustreert? Deel je ervaring hieronder!

Eerder gepubliceerd op womenwithautism.com op 12 februari 2016.

Naar blogpost 4

Naar blogpost 6

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *